Borrelend koolzuurgas uit de diepte

Op ons verlanglijstje van vandaag staan de Arensberg vulkaan en een paar mofettes, dat zijn koolzuurbronnen waar je het koolzuur uit de diepe magmalagen borrelend ziet ontsnappen. En aangezien koolzuur zwaar is en de aanwezige zuurstof verdringt, kan het ook zijn dat er dode dieren omheen liggen. Andreas heeft eergisteren al onze griezelende verwachtingen van dode eekhoorns en konijntjes getemperd: het gaat hooguit om insecten. Maar toch.

Eerst gaan we naar de VVV in Hillesheim om te betalen. De daar aanwezige medewerker is heel verbaasd: zijn we door Uschi Regh hiernaartoe gestuurd? Maar Gerolstein is veel leuker, mooier, interessanter en er is veel meer te doen! Dat vermoeden hebben wij inmiddels ook.

Maar Hillesheim heeft wel wat te bieden in de omgeving, zoals de Arensberg, een dubbele vulkaan die in twee uitbarstingen is gevormd, en die zodanig is afgegraven dat er geen berg meer is, maar een kuil.

Bij het plaatsje Zilsdorf, langs de 421, neem je een weggetje naar het noorden en kun je parkeren op een kleine parkeerplaats. Vervolgens loop je zo’n 400 m over een licht stijgend bospad, en kom je bij een tunnel met een houten galerij speciaal voor voetgangers, zodat je geen brokstukken op je hoofd krijgt.

Na ca. veertig meter stap je de krater in. Echt bijzonder, je kijkt omhoog langs de wanden. De vulkaan is natuurlijk uitgegraven, maar je staat daar toch maar op de bodem van de vulkaan. In het laagste stuk is een doolhof gelegd van basaltblokken, wat ons vooral voor kinderen leuk lijkt. En ja hoor, terwijl wij een beetje lopen te struinen en proberen foto’s te maken door de mist heen, horen we opeens een schel kinderstemmetje: “Opa, opa, ik heb een krater ontdekt!” Er komt een Nederlandse familie door de tunnel de krater inlopen, waarvan de kinderen onmiddellijk de doolhof confisqueren, en zonder smokkelen de hele route lopen. Het is al met al een heel mooie plek, we komen er blij vandaan.

Wanneer we op zoek gaan naar de koolzuurbronnetjes in Bodenbach en Gelenberg, lijken we in een soort parallel universum beland. Het wil maar niet lukken. De VVV in Hillesheim kon ons niet helpen, Uschi heeft ook geen idee, en Google maps en de wegenkaart geven ook geen uitsluitsel. Je hebt hier waarschijnlijk gedetailleerde wandelgidsen en -kaarten voor nodig, en die hebben we niet. We besluiten Bodenbach te laten zitten, dat is ook eigenlijk ‘slechts’ een Drees, dus een bronnetje met buis en kraan, en ons te concentreren op de Mofette van Gelenberg.

In het plaatsje Gelenberg staat een bord dat naar de koolzuurbron verwijst. We rijden zo ver we kunnen, parkeren de camper min of meer langs de weg en lopen verder. Langs de weg, dan over een karrenspoor en vervolgens het bos in. In totaal ca. 1 km, vanaf het dorp 1,4 km.

En ja, daar is het bronnetje. Een plasje water van nog geen vierkante meter groot met een hek eromheen. En het bubbelt. Het enige wat je hoort zijn de vogels en het bruisende, bubbelende water. Heel bijzonder, echt een hoogtepuntje! Zo klein, zo wauw. Want het is een plek van tegenstellingen: de atmosfeer is supervredig, maar dat koolzuur komt dus van heel diep en is een teken van vulkanische activiteit. En dan heb je ook nog de dode kevertjes en sprinkhanen, die we na lang turen inderdaad ontdekken.

We hebben vrij veel tijd verloren met het zoeken naar de Gelenberg-bron, dus arriveren pas om 15.30 uur op de camperplek in Mendig. Het is een grote, gratis plek, alleen voor water en stroom moet je munten inwerpen.

Als we tegen vieren de Lava-Dome in Mendig binnenstappen, zijn we echt behoorlijk aan de late kant, de laatste rondleiding in de Lavakeller was om 13.30 uur. Uschi Regh heeft ons helaas niet afdoende aangemeld, dus directeur Helmut Koll van het Lava Dome is in eerste instantie nogal pissig, want hij stelt er eer in om journalisten netjes te ontvangen. Gelukkig ontdooit hij toch en hij organiseert voor ons een gids die Alfred Adams heet. Directeur Koll maakt later nog een grapje: Ik ben zo flexibel als een spoorrails. Maar je bent niet gewend dat Duitsers grapjes maken, zeker niet als ze nog een beetje geërgerd zijn, dus nu denkt hij dat wij geen gevoel voor humor hebben…

Hij vertelt dat het museum nu twaalf jaar open is, en dat het erg succesvol is. Er komen veel bezoekers, ook schoolklassen uit Nederland. Eigenlijk zoekt hij nog Nederlandstalige gidsen voor de Lavakellers, dus of we dat willen vermelden? Bij dezen. De audiotour in het museum is er wel in het Nederlands, en in Frans en Engels. En Duits natuurlijk.

We bekijken om te beginnen in de filmzaal een film (met rookeffecten!) waarin uitgelegd wordt hoe het zit met de uitbarsting van de nabijgelegen Wingertsbergvulkaan zo’n 200.000 jaar geleden en die van de Laacher See 13.000 jaar geleden. De Wingertsbergvulkaan zorgde voor de basaltlaag in deze omgeving, en de Laacher See voor de dertig meter dikke laag gesteente en aarde erboven. Gids Alfred legt in het museum uit dat de Laacher See een calderavulkaan is. Bij een calderavulkaan stort tijdens de uitbarsting de top van de vulkaan terug in de magmakamer, waardoor een holte ontstaat, en die holte heet caldera. Zo’n holte kan zich vullen met water, zoals bij de Laacher See het geval is. Het meer wordt wel een kratermeer genoemd, maar de echte purist noemt het dus een caldera. Overigens zit het magma onder de Laacher See op een diepte van 3 km, dat is extreem weinig. Normaal gesproken, in niet-vulkanische gebieden, is het zo’n 70 km. Uit dat magma komt koolzuurgas naar boven en dat kun je zien borrelen aan de oostkant van het meer – gaan we zeker morgen bekijken.

In deze streek hebben de vulkanen voor verschillende steensoorten gezorgd, die bruikbaar zijn voor verschillende toepassingen. De tufsteen bijvoorbeeld was populair bij de Romeinen, die er aquaducten van bouwden. De steen was goed verwerkbaar, en tastte de kwaliteit van het water niet aan.

Als we met Alfred naar de 400 m verderop gelegen Lavakeller willen lopen, blijkt het te gieten van de regen, en Martijn heeft zijn jas in de camper laten liggen (dat is iets met eigenwijze mannen, ik heb ‘m wel gewoon bij me). Maar directeur Helmut die al naar huis was, komt ongevraagd weer terug en geeft ons een lift in zijn auto. Hij kan niet meer stuk!

Basalt werd in Mendig al sinds de 12e eeuw gewonnen, eerst via dagbouw, en toen de goed bereikbare lagen op waren, gingen de mensen de diepte in en hakten onderaardse gangen en kamers. Met een lift (je kunt ook met een trap) gaan we dertig meter omlaag naar een enorme ruimte, die gestut wordt door zuilen van basalt. Omdat Alfred vergeten is boven het lichtknopje te bedienen, hebben we alleen het licht van zijn zaklantaarn, wat het extra spannend maakt. Terwijl wij het donker in turen, vuurt Alfred feitjes op ons af: de temperatuur is hier altijd tussen de 7 en 9 graden, een ideale temperatuur om bier te brouwen en bewaren. De Hernhutters hebben hier jaren bier gebrouwd, en maar liefst 28 brouwerijen uit de omgeving gebruikten de kelders als opslagplaats. Totdat ene meneer Lindt de koelkast uitvond, en het bier ook bovengronds bewaard kon worden. De ruimte is vochtig, dat is van regenwater van acht dagen geleden, zolang duurt het voordat het water hierheen gesijpeld is.

Het basalt uit Mendig heeft fijne gelijkmatige poriën, en is daardoor uitstekend geschikt om molenstenen van te maken. Ze werden in het verleden dan ook in heel Europa verkocht, er is er zelfs ooit eentje in Siberië teruggevonden.

Om helemaal in de Lavakeller-sferen te blijven, eten we een hapje en drinken een biertje in de Vulkan Brauerei, op loopafstand van de camperplaats.

We hebben een tafel in een drukke, grote, industrieel aandoende ruimte, waar de vriendelijke bediening zich het vuur uit de sloffen loopt. Het is gezellig, het eten is lekker, en tegen achten app’en we met twee van de drie kinderen die op de Dam in Amsterdam de Dodenherdenking bijwonen. Als wij om acht uur ook even stil willen zijn, lukt dat voor 30 seconden. Dan komt, alsof de duvel ermee speelt, de ober een kletspraatje houden, in het Duits dus. Om hem nou af te blaffen omdat we willen herdenken dat de Duitsers ons aangevallen hebben en uiteindelijk toch lekker de oorlog hebben verloren, vinden we ook zo wat, dus lafjes gaan we in op zijn chitchat.

Vandaag gereden: 76,5 km

Eén reactie op “Borrelend koolzuurgas uit de diepte

  1. Hoi!
    Het stukje in de lavakrater herkenden we direct! (bij het plaatsje Zilsdorf)
    Leuk en boeiend geschreven.
    Onze kleinkinderen vinden het helemaal geweldig dat we echt op de foto te zien zijn.
    We denken er met plezier aan terug.

    groetjes en nog veel leuke camper belevenissen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *