Vriendelijke wildernis

We starten de dag actief met een kanotochtje op de rivier de Tidan. We krijgen een fika-mandje mee van organisator Kyrkevarn Kanocentrum voor de koffiepauze onderweg (koffie, limonade, broodjes en een rol koekjes). Fika is een begrip in Zweden, het betekent niet alleen koffie en iets lekkers, maar ook de activiteit eromheen: eten, drinken, kletsen en socializen. Daar zijn we best goed in. De rivier is prachtig, de stroming valt mee en we zien maar heel af en toe andere mensen. Zweden is zo groot en leeg, je hebt de natuur vaak voor jezelf alleen. Friendly wilderness, staat in de folder van Kyrkevarn.

We blijken een goed team te zijn, en kanoën binnen de begrote tijd op en neer. Kyrkevarn biedt ook gastvrijheid aan campers, dus maken we wat foto’s van onze camper op plekje 1 en loaden de informatie up naar Campercontact.

Vandaag is de eerste officiële dag van het programma dat Småland Toerisme voor ons heeft samengesteld, dus rijden we snel door naar Jönköping (spreek uit: Junsjeuping) waar we met marketing-coördinator Camilla op stap gaan. Ze heeft op het laatste moment op ons verzoek een bezoekje aan het lucifermuseum geregeld, wat misschien een beetje suf klinkt, maar bij ons in goede aarde valt. Baas Bo Levander geeft ons een stoomcursus lucifergeschiedenis. Het tändsticksmuseet is gevestigd in de eerste fabriek waar vanaf 1848 op grote schaal safety matches werden geproduceerd.

De handel was zo succesvol, dat na enkele jaren de fabriek kon verhuizen naar een stenen gebouw – wel zo veilig. In de negentiende eeuw zijn heel wat luciferfabrieken tot de grond toe afgebrand. In het museum zijn naast honderden luciferdoosjes ook machines tentoongesteld, en een film brengt de gruwelijke gevolgen van kinderarbeid in beeld: kinderhandjes konden de houten staafjes secuur in de brandbare chemicaliën dopen, maar diezelfde stoffen waren bijzonder giftig waardoor tanden uitvielen en kaakbeenderen atrofieerden bij de jonge fabrieksmedewerkers.

In het Länsmuseum van Jönköping is een tentoonstelling te zien van de Zweedse kunstenaar John Bauer (Duitse vader, vandaar die naam). Hij tekende en schilderde onder meer trollen en elfjes, en was Zwedens meest geliefde illustrator van sprookjesboeken. Bauer is in 1918 met vrouw en kind op zesendertigjarige leeftijd omgekomen tijdens een schipbreuk op het Vätternmeer toen het gezin via het water van Jönköping naar Stockholm wilden verhuizen, erg tragisch. Zijn vrouw Esther Ellqvist was net als hij een zich nog ontwikkelende kunstenaar. Johns moeder was nogal bewaarderig, en daar profiteert het museum nu van: zelfs een van zijn eerste tekeningen als driejarige en een volgetekend wiskundeschrift kun je er nu bewonderen.

Na het museum brengen we een bliksembezoekje aan het Jönköpingse stadsstrand; wauw, je zal maar in een stad wonen met zo’n strand naast je huis.

Vanaf Habo Camping loopt een mooie fietsroute naar de Habo Kyrka, een bijzonder kerkje zo’n 5 km buiten het dorp. We hebben van campingbaas Rob een nauwkeurige routebeschrijving in het Nederlands gekregen, maar zien de bui al hangen: hier gaan we geen tijd voor hebben. Dan maar met de camper. De houten kerk stamt oorspronkelijk uit de 12de eeuw en is in de 18de eeuw van binnen beschilderd door twee kunstschilders uit Jönköping. Maar dan ook helemaal, je weet niet wat je ziet. In de toren hangen geen klokken; er is buiten een aparte klokkentoren gebouwd. Dat zie je vaker in Zweden.

Op de camping in Habo laat ik me een door baas Rob gegrilde elandburger goed smaken voordat we ons om 20.15 uur verzamelen om op Elandsafari te gaan.

Met een touringcar vol Duitsers, Fransen en Nederlanders – geen Zweden, die gaan echt niet betalen om elanden te zien – en met Rob aan het stuur (veelzijdig man, die Rob) rijden we in een minuut of tien naar een boerderij waar we overgeladen worden in een trailer achter een tractor. De trailer heeft een houten vloertje en een verhoging voor kinderen, maar geen zitplaatsen.

De boer rijdt de trekker en heeft via een walkietalkie contact met Rob, die samen met ons in de laadbak staat (het is een kiepbak, om het extra spannend te maken). We rijden in twee uur door een heel divers landschap – allemaal eigendom van de boer en zijn neef. Vandaar dat het mag, dat staan in die bak.

We praten met Rob, genieten van de ondergaande zon, en gelukkig, net voordat het donker wordt, laten een paar elanden zich in de verte zien. Eerst een solitaire grazer (ze houden erg van koolzaad, maar een graanveldje versmaden ze ook niet) vervolgens eentje aan de bosrand, en dan een setje met twee kalfjes. Iedereen blij, en Rob is opgelucht: tot nog toe is zijn elandsafariscore dit jaar 100%.

Hij vertelt dat de Zweden erg verbaasd waren toen hij de safari’s in het leven riep, maar de boer vond het een leuk idee; hij wist dat er een stuk of vijftien elanden op zijn land wonen. De camping die Rob en zijn vrouw Nellie nu zo’n elf jaar bestieren brengt sinds kort genoeg op om van te leven, maar ze blijven allerlei manieren verzinnen om extra inkomsten te genereren. Content kijkt hij om zich heen: de ruimte, de schoonheid en de leegte, dat was wat hen aantrok in Zweden. “Je moet nooit emigreren uit onvrede met je eigen land”, zegt hij. Want overal is wel wat. Maar hun grote stap heeft voor henzelf en hun kinderen goed uitgepakt. Én voor de gasten op hun camping, want het is echt fijn daar.

Vandaag gereden: 116 km

Eén reactie op “Vriendelijke wildernis

  1. Bedankt voor het leuke artikel. We hopen dat jullie een fijne tijd in zweden hebben.
    Groet Rob en Nellie 😉
    Habo Camping

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *