Overal water

De dag begint met hoosbuien en op Meteoalarm is Griekenland rood gekleurd. Gelukkig zijn we gisteravond gewaarschuwd door onze Nederlandse buren dat het waarschijnlijk zou gaan spoken, dus we hebben – onder begeleiding van hun gehamer op extra tentharingen – alle losse spullen al ingeladen.

Bij het afscheid nemen grapt Irini dat we vertrekken met Nederlands weer. Om dan meteen weer zorgelijk te kijken, want deze kou en nattigheid zijn wel extreem.

Ook in het stadje Volos kijken mensen vanonder hun paraplu’s hun ogen uit naar het weer. In deuropeningen en onder luifels staren ze sip naar de straat, terwijl natgeregende mensen tevergeefs proberen een taxi aan te houden. Het verkeer staat vast, maar wat wil je, als je dubbel parkeert op de rijbaan waar een stopverbod geldt. Blijft er weinig ruimte over.

Buiten de stad wordt het pas echt spannend. Water van de hellingen stroomt de weg op, en het asfalt hier is berekend op hitte, niet op zoveel regen. We rijden langzaam en ontwijken de diepste gedeelten van de ondergelopen weg.

We nemen de tolweg, in de hoop dat die het meest veilig is. Het kost wat (17,85 euro voor ca. 115 km), maar dan heb je ook wat, zullen we maar zeggen. (De Belgische buren op camping Sikia vonden dat we dubbel betaalden: één keer tol, en één keer via de belasting, want de tolwegen zijn aangelegd met EU-geld. Maar ze lachten er wel bij.) Bij een stop langs de snelweg loopt weer een zwerfhond – waar die nou vandaan komt? Ik geef hem een stukje Kretenzische toast (vinden wij heel lekker) maar daar trekt hij zijn neus voor op. Nou, echt hongerig zal hij dan wel niet zijn.

Waarschijnlijk is het landschap erg mooi, we zien bergen, en olijfbomen, en heel heel veel water. Om in die sferen te blijven gaan we naar de Springs of Thermopylos, een bron met warm zwavelhoudend water die al meer dan tweeduizend jaar baders trekt. Het regent, maar ach, nat word je toch, dus we laten ons in het water van exact 39,5 graden zakken (Martijn heeft een thermometer op zijn horloge) en genieten van de warme stroom. Jammer dat zwavel zo stinkt. Martijn waadt stroomopwaarts waar het meer bruist en spettert, en komt kokhalzend terug. Zwavel ís natuurlijk giftig…

We rijden heel voorzichtig door de bergen richting Delphi; onze Nederlandse kampeerburen hebben ons erg op het hart gedrukt uit te kijken, want de weg naar Delphi is slipgevaarlijk. Dat blijkt ook uit de vele waarschuwingsborden. Maar als je langzaam rijdt, komt het allemaal goed. Blijkt.

Camping Apollon ligt vlak voor het dorpje Delphi. We zoeken een mooi plekje uit aan de uitzichtkant en omdat het droog is fietsen we de anderhalve kilometer naar het plaatsje. De weg gaat vrij steil omhoog, maar een beetje inspanning na een dag zitten is niet verkeerd. In Delphi worden net bussen vol toeristen uitgeladen. Het dorp met 1500 inwoners bestaat vooral uit hotels, restaurants en souvenirwinkeltjes. We regenen totaal nat als we terugfietsen, wat een beetje jammer is omdat we al een camper vol nat zwemgoed-met-zwavelstank hebben. Morgen gaan we naar het museum en de opgraving.

Vandaag gereden: 230 km

2 reacties op “Overal water

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *