Drie tunnels, twee bruggen, steilste tracé ter wereld: rechtop naar boven met de Stoosbahn

Het Zwitserse bedrijf Garaventa is wereldwijd marktleider in de kabelbaanindustrie, maar omdat er niet aan toeristische bedrijfsbezoeken wordt gedaan, nemen we een kijkje bij een iconisch Garaventa-project: de kabeltrein naar Stoos. Eind 2017 is deze baan geopend, en vanwege het feit dat het steilste stuk een hellingspercentage van 110% heeft, kan deze kabeltrein zich sindsdien de steilste van de wereld noemen. (De Gelmerbahn in het Grimselgebied is ‘slechts’ 108%, dus die heeft zijn recordpositie moeten afstaan.)

We komen vanuit Wallis en rijden de Furkapas – aan de Walliskant lekker breed en aan de Uri-kant oncomfortabel smal, en ook nog eens zonder deugdelijke vangrails. Maar het is goed weer en niet druk, dus we redden ons wel. (Niet zeuren, we hadden tenslotte ook de autotrein door de Furkatunnel kunnen nemen. (Maar dat is niet goedkoop, en het is zo passen en meten met de luifel… Ophouden met zeuren dus.))

In Ibach, aan de rand van de kantonshoofstad Schwyz, is de fabriek van Victorinox gevestigd, die van de beroemde zakmessen. Vorig jaar zijn we in het bezoekerscentrum in Brunnen geweest, maar de fabriek zelf heeft ook een winkel voor passanten. We hebben opeens dringend behoefte een een nagelschaartje, dat kun je zo hebben, dus we kopen een echte Victorinox.

In het Muothatal vindt de camper een plekje op een groot parkeerterrein bij het dalstation van de Stoos Standseilbahn (eerste uur gratis, daarna CHF 1 per uur) en we betreden de onderste van de vier cilindervormige cabines. Dat is een goede keus, want je ervaart de enorme steilte hier het best. Hoewel, ervaren… je zíet het, maar voelt het niet. De ronde cabines blijven ieder namelijk loodrecht hangen in hun eigen frame, terwijl de trein in zijn geheel spectaculair scheef gaat.

In Stoos ontmoeten we marketingman van de Stoos Standseilbahn Ivan Steiner, die redelijk goed Nederlands verstaat omdat zijn moeder een Nederlandse is. “Ze komt uit Limburg, Brand heet ze”, zegt hij later. “Een voorvader van haar is ooit een bierbrouwerij begonnen. Wel eens van gehoord?” Ja, natuurlijk hebben we wel eens van Brand bier gehoord!

Elke gemeente met meer dan 100 inwoners in Zwitserland heeft recht op openbaar vervoer, vertelt Ivan. “En Stoos heeft er 150.” Of het nou een bus, trein, boot of kabelbaan is, dat maakt niet uit, als het maar openbaar vervoer is. Stoos is een autovrij dorp, de weg ernaartoe is erg smal en alleen vergunninghouders zoals werkbusjes mogen er gebruik van maken.

In het verleden was er al een kabeltreintje, op een ander tracé. Dat voldeed niet meer, dus er moest een andere vorm van OV komen. “Er is sprake geweest van een gewone kabelbaan, maar toen kwamen er 11 bezwaarschriften vanuit de inwoners van Stoos. Elf! Dan kun je het wel vergeten hier in Zwitserland. Je blijft bezig met referenda, en je krijgt toch niet iedereen op één lijn. Ze wilden een kabeltrein, want dat waren ze gewend.”

Naast de 150 inwoners verblijven er het hele jaar ook veel toeristen in Stoos; het dorp is het middelpunt van een uitgebreid wandel- en skigebied. Er werden allerlei eisen aan de nieuwe baan gesteld: een grote capaciteit voor personenvervoer, toegankelijk voor rolstoelen en kinderwagens, en voldoende veilige ruimte voor goederenvervoer. Nou, dat is gelukt. De trein staat in het dal- en bergstation langs een horizontaal perron zonder niveauverschillen, en de goederen kunnen terecht in een grote bak aan de bergkant. En de capaciteit? 1500 mensen per uur bij topdrukte.

Bijkomend voordeel van de ronde vorm van de cabines, is dat de tunnels in het tracé klein konden blijven. Hoe kleiner, hoe goedkoper. (Nou heeft het hele project 88 miljoen Frank gekost, twee keer zo veel als begroot, maar dan heb je ook wat: het aantal reizigers is met 120 % gestegen.)

We willen ook nog profiteren van het mooie wandelgebied en het schitterende uitzicht (Gipfelerlebnis noemen ze het zelfs) op de Fronalpstock, de uitzichtberg van Stoos, maar de tweede stoeltjeslift die omhoog gaat, gaat niet. De technicus die de stilstaande lift weer aan de praat moet zien te krijgen moet van ver komen, dus we pakken de eerste stoeltjeslift maar weer naar beneden. “Murphy’s law”, verzucht Ivan als hij het hoort.

We overnachten verderop in het Muothatal bij de husky-lodge. De eigenaren noemen het een Erlebniswelt (ja natuurlijk, ook hier weer een Erlebnis), een beleveniswereld, en er  is inderdaad van alles te doen. Er is een camperplek, je kunt met een tent terecht, er zijn hutten die in feite luxe huisjes zijn, een restaurant, een sauna en het allerbelangrijkste: er zijn zo’n 30 Siberische husky’s. In de winter kun je sledetochten maken en in de zomer zijn er karretjes op wielen.

We nemen een kijkje bij de kennel en zijn zeer onder de indruk. Prachtige dieren, die erg goed zijn in het totaal negeren van toeschouwers. Met eentje hebben we een beetje oogcontact, de ander 29 zien ons niet staan.

De honden zijn net lekker aan het rennen en springen wanneer er plotseling een groepje samenklit in de hoek van de grote ren: ze blijken een los hondje te ruiken, en later ook te zien. Best ver weg. “Ze willen geen vrienden maken hoor”, zegt hun verzorgster. “Ze zien een lekker hapje. Klein hondje, zo weg.” We weten niet of ze een grapje maakt. Waarschijnlijk niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *