Traditie, design, oud, nieuw en hip

Als je van koekoeksklokken houdt, kun je je hart ophalen in het Zwarte Woud. Maar ook als je er eigenlijk niet van houdt, is het echt niet verkeerd om je met open mind in het koekoeksklokuniversum te storten. De klokkenmakersindustrie heeft een fascinerende geschiedenis, en ook nu nog kun je nieuwe, zowel klassieke als moderne koekoeksklokken in alle soorten en maten aanschaffen. Maar het hóeft niet natuurlijk.   

Uhrentrager, handelaar in koekoeksklokken

In het stadje Schramberg liggen twee musea waar je meer over koekoeksklokken te weten kunt komen op loopafstand van elkaar. Het Junghans Terrassenbaumuseum heeft de grootste collectie klokken, en in de Auto- und Uhrenwelt zijn de meeste vierkante meters gereserveerd voor – de naam zegt het al – auto’s.   

Het Auto- en uurwerkenmuseum

Wij starten met het Auto- und Uhrenmuseum dat volgens directeur, vrijbuiter en Erlebniskunstler Harald Burger geen wetenschappelijke pretenties heeft. “Het is een toeristisch museum, en mijn grootste compliment is als de mensen met een lach op hun gezicht het museum weer verlaten.”  

Atypische museumdirecteur bij atypische dame met bolletjeshoed

Momenteel is er een tentoonstelling van fotograaf Sebastian Wehrle, die een brug wil slaan tussen het traditionele en het hippe Schwarzwald, en daartoe onder meer mensen met een niet-doorsnee uiterlijk in klederdracht hijst.

Piercings, tattoos en klederdracht

Het gebouw is de oorspronkelijke fabriek van H.A.U., de Hamburg Amerikanische Uhrwerkfabrik, waarbij Amerikanisch staat voor de machinale manier van produceren. H.A.U. is in 1875 gesticht door een schoonzoon van de oude Junghans die daarmee concurreerde met Arthur en Erhard, de zoons (en ja, dat betekende familiegedoe). 

Wekkers maken

Twee uurwerkfabrieken in één klein stadje, dat betekende veel werkgelegenheid, maar ook veel rivaliteit. Arbeiders kwamen dagelijks van heinde en verre aangelopen. Toen de fabrieken ook auto-onderdelen gingen produceren, dacht een derde fabrikant, Maybach, wel even om te komen profiteren van de technische expertise van de Schrambergers. De concurrenten H.A.U. en Junghans waren voor één keer eensgezind toen ze Maybach wegjoegen, terug naar Stuttgart.

Het museum geeft een mooi beeld van de Duitse werderopbouw, toen ook Duitsland als verliezer van WOII kon profiteren van het Marshall-plan, en zodoende voldoende kapitaal had om de auto-industrie toegankelijk te maken voor de middenklasse.  

Terrassenfabriek

Omdat de vallei vol was met bebouwing, ging Junghans in 1916 de helling op voor de nieuwbouw van de uurwerkenfabriek: het gebouw werd in een terrassenvorm gebouwd, waardoor alle medewerkers goed konden profiteren van het daglicht – praktisch bij precisiewerk als horloges maken.

Terrassenbouw met buitenlift

Het gebouw herbergt een uitgebreid museum, maar is van zichzelf ook interessant. De wc’s zijn nog origineel, en de trappenhuizen aan weerszijden zijn prachtig, maar voor bezoekers is er ook een buitenlift aangelegd. “Zwitsers fabrikaat”, zegt rondleider Werner Bleier die de collectie onderhoudt. Hij is iedere ochtend een uur in de weer om een groot aantal klokken op te winden en op te trekken, zodat bezoekers van het uitgebreide ge-koekoek kunnen genieten.

Het verhaal gaat dat de klokkenmaker Franz Ketterer omstreeks 1730 een klok wilde maken met hanengekraai. Maar hij kreeg met geen mogelijkheid geloofwaardig gekraai uit een klok. Op een mooie junidag liep hij in het bos en hoorde een koekoek. Dat was zijn eureka-moment: een koekoek maakt een tweetonig geluid, dat is overzichtelijk. Met twee blaasbalgjes en fluitjes knutselde hij een constructie waarmee in plaats van een uurlijkse slag, een uurlijks gekoekoek klonk.

Blaasbalgjes en koekoek

De rest is geschiedenis. In honderden werkplaatsen maakten Schwarzwalder boeren in de winter houten klokken (waarbij de kinderen de wijzerplaten beschilderden), die werden verkocht door de Uhrenträger – tussen 1800 en 1850 werden er maar liefst 15 miljoen door hen verkocht. Later is de productie verplaatst naar fabrieken.

Werkplaats in boerderij

Uit marketingoogpunt werden niet alleen koekoeken achter de deurtjes verstopt. Voor de Spaanse markt maakte men bijvoorbeeld stieren. En voor de reli’s die ook van lekker griezelen houden was er eentje met de onthoofding van Johannes de Doper.

Ieder uur opnieuw onthoofd

In de eerste klokken waren alle tandwielen van hout, later werd er meer metaal in verwerkt en werden de klokken steeds uitbundiger.

Tijdens de laatste twee jaar van WOII raakte de Junghansfabriek zijn arbeiders kwijt aan het leger. Geen nood, dwangarbeiders genoeg. “Mijn moeder moest hier als jong meisje ook werken”, zegt Werner. Maar meer wil hij er niet over kwijt.

Identiteitskaart van dwangarbeidster uit Slowakije

Grote treintjes

In het Schramberger Museumlandschaft heeft ook een bijzonder modelspoorbaanmuseum zijn domicilie. Het Eisenbahnmuseum Schwarzwald herbergt modelspoorbanen van een zeer zeldzame schaal: spoor 2. Dat spoor 2 is vier keer zo groot als H0, de meest gebruikelijke schaal voor modelspoorbanen.

Na deze ochtend vol musea laden we ons bij restaurant Majolika op met verschillende Flammküche en hippe rabarberfrisdrank, zodat we het middagprogramma weer fris en fruitig tegemoet kunnen treden.

Appel-kaneel, veggie en traditioneel met spek en ui

In het plaatsje Schiltach, waar het riviertje de Schiltach in de Kinzig uitmondt, draait van oudsher alles om water en hout. We starten met een rondleiding bij sanitairproductenfabrikant Hansgrohe, en zullen later vanmiddag eindelijk uitgelegd krijgen hoe het nou zit met die Holländer, die grote boomstammen.

Gratis poedelen

Ruim 44 jaar heeft Hans-Jürgen Kirschlak bij Hansgrohe gewerkt, en nu geeft hij er rondleidingen – want ja: het hoofdkantoor van Hansgrohe in Schiltach herbergt niet alleen een fabriek en uitgebreide state of the art sanitairtoonzalen, er is ook een gratis toegankelijk museum gevestigd.

Hoofdkantoor Hansgrohe

De oude Hans Grohe kwam in 1901 als jonge textielingenieur aan in Schiltach, en ging zich bekwamen in allerlei toepassingen van messing en blik. Toen in 1905 van overheidswege gestimuleerd werd dat Duitsers toch wel minimaal één keer per week een bad zouden nemen, ontwikkelde hij een douchekop.

De oude Hans toen hij 19 jaar was

Van het een kwam het ander en nu is Hansgrohe een grote speler in de sanitairmarkt en ligt de focus steeds meer op design. Je kunt als bezoeker een kijkje nemen in (Duitse) badkamers door de jaren heen.

Maar je kunt ook, en dat vinden we werkelijk erg geestig, badkamers gratis uitproberen. Je moet van tevoren een tijd reserveren, en dan mag je alleen, met zijn tweeën of met een groepje, jezelf baden en douchen in een keur aan prachtige in elkaar overlopende badkamers met de allerlaatste snufjes op sanitairgebied. De toegangsdeur gaat op slot, je krijgt handdoeken en badjassen, en poedelen maar.

Uitprobeerbadkamer

Holländer van 18 meter

Hans-Jürgen is niet alleen sanitairtechnisch, maar ook historisch behoorlijk onderlegd, dus we vervolgen onze rondleiding, maar dan buiten door het stadje Schiltach. Hij vertelt over grote branden, stadsmuren, leerlooiers, maar vooral over de Holländer, de grote boomstammen van dennen en sparren van minimaal 18 m lang en 48 cm in doorsnee (aan het dunne uiteinde).

Amsterdam die grote stad, is gebouwd op palen

De reusachtige boomstammen werden in Nederland onder meer gebruikt voor scheepsbouw en voor het onderheien van de gebouwen in Amsterdam. Een doorsnee huis in Amsterdam staat op zo’n 40 stammen, maar het Paleis op de Dam had er maar liefst 13.569 nodig. En grappig weetje: zelfs de zware kastanjes en platanen in het Vondelpark staan op een paalfundering, omdat de zware bomen anders zouden wegzakken in de zachte veengrond.

Om die grote hoeveelheden Zwarte-Woudhout naar Amsterdam te krijgen, is een slimme methode bedacht: de stammen werden aan elkaar gebonden tot vlotten die de Kinzig en vervolgens de Rijn afdreven richting noorden. Zo’n vlot was gemakkelijk 450 m lang, en eenmaal bij de Rijn aangekomen werden de vlotten samengebonden tot de breedte van de rivier bereikt was. Tegenverkeer was er toch niet.

Op zo’n immens vlot leefden gedurende de tocht van twee weken bijna 500 mannen, die als proviand 5 ossen meehadden en ruim 25.000 liter bier – ze hadden recht op 5 liter per man per dag. In Amsterdam aangekomen was alles op, kregen ze hun geld, en liepen ze weer naar huis.

Camping op loopafstand

Wanneer we met de camper bijna klem staan op het toegangsweggetje van Campingplatz Schilltach worden we nogal bars ontvangen door baas Hermann – hij weet niet of hij wel plaats voor ons heeft. Als blijkt dat we een gereserveerde plek hebben, wijst hij ons brommerig de weg.

We wringen de camper op een miniplekje en maken dan dat we wegkomen van de broeierige blikken van baas en vaste jongens. Want wat wél ideaal is aan deze camping: de locatie.

We eten een hapje bij Gasthof Sonne aan de Marktplatz, waarvandaan je een prachtig uitzicht hebt vanuit de eetzaal op de eerste verdieping. Martijn neemt geen risico, en een Wiener Schnitzel, en ik waag mij aan de vegetarische Spinat-Käse-Knödel die er in mijn ogen ietwat merkwaardig uitzien, maar voortreffelijk smaken.

Vandaag gereden: 37 km

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *