Oude stad aan de jonge Donau

Vroeg in de mistige ochtend arriveren we in Ulm, waar we de camper parkeren op een grote mixed parking. Overnachten is gratis en er is een sanizuil – naar later blijkt zo ontzettend goor dat we hem niet durven te gebruiken. Gelukkig bestaan er plannen om een nieuwe camperplaats in te richten.

We krijgen een rondleiding op de fiets (Ulmer Stadtrad, te huur bij de VVV) door stadsgids David. David heeft Spaanse ouders, is geboren in Costa Rica en getrouwd met een Duitse vrouw. In Ulm wilden ze graag een Spaanstalige rondleider, dus heeft hij zich verdiept in de historie van deze stad. Gelukkig voor ons spreekt hij ook Engels en Duits.

We fietsen langs de Donau naar de binnenstad over het Donaufietspad, dat naar Davids zeggen langs de hele Donau loopt. De Donau stroomt van west naar oost: hij ontspringt in Duitsland in Donaueschingen en mondt 2855 km en tien landen verder uit in de Zwarte Zee. Daarvan fietsen wij toch maar mooi 2,5 km.

We komen langs een herdenkingspunt waar in 1811 kleermaker Albrecht Berblinger de rivier probeerde over te vliegen met zelfgemaakte vleugels. Het is een nogal tragisch verhaal. Albrecht had zijn vleugels al eens uitgeprobeerd en er bestaan zelfs getuigenissen van mensen die hem kleine stukjes hadden zien vliegen. Maar om het echt te bewijzen werd hij uitgedaagd om over de Donau te vliegen. Onder toeziend oog van een groot publiek, onder wie de toenmalige koning, tuimelde hij van grote hoogte het water in en werd hopeloos uitgelachen. Hij overleefde het wel, maar werd nooit meer serieus genomen. De arme man had geen benul gehad van thermiek: de vleugels waren op zich best in staat hem te dragen, maar de koude lucht die van de rivier afkwam trok hem onherroepelijk naar beneden. Nu wordt hij geëerd als een van de eerste luchtvaartpioniers. Hij had eens moeten weten.

De toren van de kathedraal in Ulm is maar liefst 161,3 meter hoog, vier meter hoger dan de Keulse Dom. We kunnen het haast niet geloven, de Dom in Utrecht (112 m) lijkt in onze gedachten hoger, maar is dus bijna 50 meter korter. Het zal wel aan de vorm liggen, deze toren is aan de basis heel breed. En je hebt meer afstand omdat het plein zo groot is.

In de avond van 17 december 1944 werd bij een enorm bombardement door de geallieerden en vooral door de daaropvolgende vuurstorm de binnenstad van Ulm voor 80% verwoest. Wonder boven wonder bleef de kathedraal gespaard, en de overlevenden putten de volgende dag hoop uit hun fier overeind staande Münster. “Zo’n wonder was dat niet, hoor”, zegt David. “Hoogstwaarschijnlijk was het opzet, omdat de toren fungeerde als oriëntatiepunt voor de geallieerde piloten.” Ze navigeerden indertijd voornamelijk op zicht en de meeste steden in Duitsland waren grotendeels verwoest. Alle puin lijkt op elkaar, dus de Ulmer toren was een welkom baken dat van ver zichtbaar was. Tegen deze theorie pleit dan weer dat Ulm die dag onder een dik laaghangend wolkendek lag, en dat het derhalve moeilijk moet zijn geweest om de kerk níet te bombarderen.

Vlakbij de kerk is een monument opgericht voor de Duitse verzetsgroep die Weisse Rose van onder meer broer en zus Hans en Sophie Scholl die in Ulm waren opgegroeid en in München studeerden. Ze probeerden met illegale pamfletten de Duitse burgers op te roepen tot geweldloos verzet tegen het naziregime, maar werden in 1943 gearresteerd en binnen vier dagen veroordeeld en geëxecuteerd door middel van de guillotine.

Kennen we de Witte Roos niet? Vraagt David verbaasd. Nou, vaag. Dat vindt hij maar raar. “Er is ook een film over gemaakt.” We leggen hem uit dat Nederland indertijd bezet was door de Duitsers, dat we onze eigen verzetsstrijders hebben. En eigen films. O ja, daar had hij even niet aan gedacht.

Binnen in de Münster bewonderen we de 15e eeuwse glas-in-loodramen in het koor van de kerk, die de oorlog overleefd hebben doordat ze op tijd in veiligheid waren gebracht. Alle andere ruiten zijn gesneuveld door de drukgolven van de vele explosies. Het grote bronzen beeld van aartsengel Michael dat onder het orgel hangt is nogal omstreden: de nazi’s hebben in de jaren dertig zijn armen omhoog geheven en zijn vleugels laten lijken op die van de Duitse adelaar. “Moet hij naar zijn oorspronkelijke staat worden teruggebracht, of moeten de Duitsers het naziregime onder ogen zien als een deel van hun geschiedenis?” vraagt David zich af.

De mus in de huisvogel van Ulm, overal kom je hem tegen, ook in het echt. De Ulmer Spatz heeft volgens een legende de bouwers van de kerk op het idee gebracht hoe ze hun grote houten balken in de lengte door de smalle stadspoorten moesten laveren door het voor te doen met een takje in zijn snavel, Zonder mus geen Münster!

De astronomische klok (uit 1580) van het Rathaus behoort te de mooiste van de wereld. Als de wijzer met de draak samen met de wijzers van de zon en de maan in één lijn staat, is er een eclips. “Niet zo lang geleden was er toch een maansverduistering? De straat stond hier vol met mensen die niet alleen naar de maan, maar vooral naar de klok wilden kijken!”, zegt David trots.

We lopen nog een stukje over de oude stadswallen, die hier eigenlijk helemaal niet zo hoog zijn. “Klopt, Napoleon heeft ze met een meter of drie verlaagd”, verklaart David. “Niemand weet waarom, Napoleon deed wel meer onbegrijpelijke dingen.” En dan wijst David ons op het huis van de grootouders van Albert Einstein. Einstein is in 1879 in Ulm geboren maar toen hij vijftien maanden was verhuisde zijn familie naar München, en later ging Einstein naar Amerika. Ulm eert op alle mogelijke manieren zijn beroemde ex-inwoner, maar Einstein, die van joodse afkomst was, is nooit meer terug geweest.

Niet ver van het grootouderlijk huis van Einstein staat het Hotel Schiefes Haus, het scheefste hotel ter wereld volgens Guinness.

Dit hotel is niet alleen scheefgezakt, maar is ook zodanig gebouwd dat de verdiepingen naar voren uitsteken. Typisch Ulms, verklaart David, omdat er vroeger belasting werd geheven op vloeroppervlak. Vandaar dat veel huizen als bomen naar boven toe uitpuilen.

Nog zoiets typisch Ulms: de Ulmer Schachtel, wat de naam is van de rivierboten. De Donau is vanaf Ulm stroomafwaarts bevaarbaar, en vanaf de middeleeuwen maakte Ulm een grote bloei door dankzij de handel die gedreven werd met landen in het oosten. Het grappige is dat de boten alleen gebruikt werden voor de reis stroomafwaarts, het was geen doen om tegen de stroom in te varen. Op de plaats van bestemming werden de boten uit elkaar gehaald en met paard en wagen weer naar Ulm getransporteerd.

We zwaaien David uit die vanmiddag voor zijn baby-dochter gaat zorgen en nemen plaats aan een tafeltje in het restaurant van de Barfüsser Hausbrauerei van Ulm. Hier staat een Bierprobe op het programma. We zijn niet onverdeeld enthousiast want we hebben vanmiddag ook nog veel te doen, en bier drinken bij de lunch zijn we niet gewend (aaah). Maar onze gastheer geeft ons allebei een grote pul water, en stelt ons gerust dat het allemaal heus wel meevalt. We krijgen eten en twee keer drie glaasjes met 0,1 l bier, nemen allebei een paar slokjes en laten de rest staan. Het valt inderdaad mee. En het is erg lekker bovendien.

Top drie Barfüsser
  1. Bockbier van 6,9% met 16 punten, een ‘craft beer’ waarbij na de lagering nog extra hop wordt toegevoegd.
  2. Blonde van 5,2% met 15 punten, ook een craft beer.
  3. RBN MNK IPA van 7,0% ook met 15 punten, fruitig en complex

Leeuwmens

We laten onze tafel achter met nog halfvolle glaasjes (gek!) en volgen een tip van David op: bekijk de Löwenmensch in het Ulmer Museum. Deze leeuwmens is een beeldje van 31,1 cm lang, uitgesneden uit de slagtand van een mammoet en, hou je vast: minstens 40.000 jaar oud! Het is het oudst bekende figuratieve kunstwerk ooit gemaakt.

Het beeldje is in etappes opgegraven, te beginnen in 1939, vervolgens gooide de oorlog even roet in het eten, en later in de jaren zeventig. Alle scherven werden als een puzzel samengevoegd, en pas in 2013 kon het beeldje zijn huidige staat worden tentoongesteld. Het is een schattig figuurtje, de leeuwenkop ziet er zelfs aaibaar uit.

Boottochtje

De Donau is hier een meter of 50 breed en heel ondiep, op sommige stukken maar een meter. Er mogen nauwelijks motorbootjes varen, maar voor de Ulmer Spatz wordt een uitzondering gemaakt. Het bootje is onderdeel van een werkgelegenheidsproject voor mensen met een handicap en is ook toegankelijk gemaakt voor rolstoelen.

We gaan aan boord van de Spatz voor een boottochtje op de Donau. Het is niet echt een sensationele rondvaart, maar wel gezellig. Schipper Gerd laat alle kinderen aan boord bij toerbeurt op hun knietjes achter het roer zitten en maakt in een vet Schwäbische tongval grapjes over de tegenstellingen tussen de deelstaten Baden-Württemberg, waar Ulm ligt, en Bayern aan de overkant van de Donau, waar we Neu Ulm zien liggen. De reddingsvesten gevuld met kiezelsteentjes speciaal voor de Beierse opvarenden krijgen we nog mee, maar verder laten we het zitten en dobberen lekker mee op zijn zangerige en vloeiende accent.

Eten in Neu Ulm

Op tien minuten fietsen van de camperplaats eten we vanavond bij Hausbrauerei Schlössle in Neu Ulm. In Bayern dus! In 1805 verbleef Napoleon een tijdje bovenin het gebouw, om goed uitzicht te hebben op de gevechten om Ulm. Nu is Schlössle het domein van Christa Zoller en haar broer, die als vierde generatie de brouwerij, restaurant en Biergarten (met door opa geplante kastanjebomen) uitbaten.

Die kastanjes hebben overigens momenteel erg te lijden onder de kastanjemot, die Europawijd dreigend om zich heen grijpt. De motten vreten zich door de bladeren heen zodat ze bruine plekken krijgen en te vroeg van de boom vallen. Er zijn geen bestrijdingsmiddelen voor, vertelt Christa. “Elke drie dagen verwijderen we de gevallen bladeren, zodat de motten daarin niet kunnen overleven. Langzamerhand gaat het beter met onze bomen, vorig jaar waren ze er slechter aan toe.”

Het gebouw stamt uit de 16e eeuw. In de 17e eeuw werd het een gasthof en in 1690 werd het ook een brouwerij, waarmee het tot de oudste bierbrouwerijen in Beieren behoort. De dubbele koperen brouwketel uit 1920 mocht in 2003 met pensioen (“Er was geen ketellapper meer te vinden die de enorme ketel in wilde klimmen om van binnen de gaten te dichten”).

In een nieuw gebouw op 20 meter afstand werden twee edelstalen ketels in gebruik genomen. De vaste klanten vonden het maar niks, de speciale Schlösslebiersmaak zou vast niet geëvenaard worden. De brouwmeester, niet voor één gat te vangen, hield geheim wanneer het nieuwe bier voor het eerst geschonken werd. En niemand heeft het ooit verschil geproefd, zelfs de familie Zoller niet.

Schlössle doet mee aan de trend van het ‘Craft beer’, overgewaaid uit Amerika, een trend van kleinschalig en ambachtelijk gebrouwen smaakvol bier. “Niet alles wat uit Amerika komt, is slecht”, zegt Christa droog. Door te variëren met hop – zowel qua soort als qua tijdstip van toevoeging, kun je heel verschillende bieren brouwen. “In Amerika wordt 90% van de hop gebruikt door 10% van de brouwers. De grote industriële brouwerijen gebruiken de overige 10% van de hop”, aldus Christa.

Wij proeven een aantal bieren en geven onze eigen cijfers, geen enkel onder de zeven. Op de kaart staat onder het kopje ‘Bier von Dritten’ overigens Lindemans kriek, kersenbier uit België. Daar bestelt Christa zo nu en dan een paar pallets van. “Ik vind het zelf zo lekker”, lacht ze.

Top drie Schlössle
  1. Georgsbier van 4,8% met 17 punten. Donker bier, krachtig en moutig, lijkt een beetje op een trappist, maar niet zoet.
  2. Holy Stuff van 9.4% met 17 punten. Een Craft beer, donker, aromatisch, niet bitter.
  3. High Five Hop van 6,4% met 16 punten. Ook een Craft beer, donker, lijkt een beetje op Guinnes, maar veel fruitiger.

Vanavond slapen we niet bij een Privatbrauerei op het erf, maar het is maar anderhalve kilometer fietsen van Schlössle naar de camperplek – dat redden we wel.

Vandaag gereden: 46 km.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *